Gedicht voor iemand die er mocht zijn
Mooi en moeilijk
Ik wandelde door mijn stad
en dacht aan wat voor leven
de moeder heeft gehad
Het was vlak nadat ik het
gesprek
met haar dochter had gehad
En hardop sprak ik uit
de vraag die ik met haar
besprak:
“Waarom is mooi
zo zelden makkelijk?”
Twee mensen keken om
Vonden me waarschijnlijk
dom
Maar mooi was ze, juist van
binnen
De dingen van haar hart
waren open als de open deur
waardoor de vrienden en
vriendinnen
die haar tafel deelden
binnenkwamen
Vrolijk als de harde
lach
die bij Appie Hein luid zei
dat ze er was
En vrolijk als de teckel
die één groot
blaffend teken van
verbinding was
Het mooie kwam van haar,
van binnen
En moeilijk was ze
ook
Voor anderen, voor haarzelf
Ze kon knallen
Vol zijn van niet snappen
En daar niet mee kunnen
kappen
Juist als dat soms zo mooi
en nodig
was geweest
Pas in de laatste fase viel
dat alles weg
Kon ze meer genieten
Viel in het licht van het
einde
het moeilijke weg en bleef het mooie
Zo zijn wij allen, net als
zij,
Soms zo moeilijk voor
elkaar
Maar in de pijn van het
moeilijk zijn
Zit ook de troost van het
nodig zijn
Van het niet onverschillig
zijn
Van het toch niet eenzaam
zijn
Weinigen zijn voor het
geluk geboren
Velen voor mooi en moeilijk
zijn
Zo ook deze mevrouw
Geheel op eigen wijze
Gedicht voor een man vol tegenstrijdigheden
Als
je naast hem op een bankje zou zitten
Als
je naast hem op een bankje zou zitten
In
de langzame late uren
wanneer
de wereld zich terugtrekt als
vuur
in een slordig sjekkie
Wat
zou je hem dan te zeggen
of
te vragen hebben?
Toch
eigenlijk niets meer
dan
stil naast hem te zitten
over
de wereld te kletsen
en
aan je sjekkie trekken?
Samen
over gedoe te klagen
En
rustig te vragen ‘of het nog gaat?’
Wij
zijn dat raadsel elkaar gegeven
Waarom
was Leo zoals hij was?
Een
lieve man, komma, maar …
waarom
was hij niet meer dit?
Maar …
wat
was gebeurd als hij niet dat?
Aan
het eind van zijn leven gekomen
Weet
je niet wie hij werkelijk was
Of
waar hij hoorde
Maar
hij mocht er zeker zijn:
dit
kan meer dan een eenzaam einde zijn
als
we vast kunnen houden
Niet
iedereen is zo onvoorspelbaar
zo
ongrijpbaar als hij
Wie
kon hem volgen in zijn gedachte-
en
continentensprongen?
Leo
was het ene moment hier,
het
andere daar
Een
gokker, goudzoeker
grootspreker
en gelukszoeker
poster-
en vakantieman
Levensgenieter
en slimme handelaar
Hij
was altijd op zoek naar de pot met goud
aan
het einde van de regenboog
en
vergat hij soms om het geluk dichterbij
en
thuis te maken
Dat
was wellicht zijn grootste falen
Maar
falen doen er velen
En
als na meer dan tachtig jaren
Hij
op een bankje is terechtgekomen
En
met de overbuurman een sjekkie rookt
En
op de gang van de Ronsehof met
iemand
een makkelijk praatje maakt
Een volle kerk, een geliefd iemand, een afscheid
zoals gepast
De man die hij was
We kunnen spreken over de man die Jan was:
zijn leven, zijn leven in zijn werk
zijn leven met zijn vrouw en zijn kinderen
Maar we kunnen het ook hebben over wat hij
is:
schilderijen vol bonte kleuren
beelden die naar zijn hand gingen staan
de vele vruchten van zijn hand die blijven
bestaan
Een mens hoeft niet alleen te zijn wat hij
was
Denk ook aan wat hij is: een erfenis
van kinderen, kleinkinderen, klein-klein
kinderen
van vrienden, collega’s en alles wat hier
en nog meer in onze herinnering is.
En ook als herinneringen vervagen
dan weet je bij wie hij toch nog is
En als we dan toch stilstaan bij wat hij
was
dan was Jan een stil lid van de stille
generatie
Ook ik weet hoe dat voelt
Het een stilte die meest goed is bedoeld
maar ook kan lijken alsof hij niets voelt
Moeilijk de ander aan kan raken, contact
kan maken
Terwijl het omgekeerde de waarheid is:
dat hij juist een man was die dieper kon raken
En zo ken ik hem als de man die er was
zelden iets publiek zei en dan toch
na afloop op je toe kon komen
oogcontact kon maken en dan
je met een paar woorden kon raken
Vanuit het vertraagde inzicht dat hij had
en waaruit best veel wijsheid sprak
Daarom kunnen we zo blij zijn met wat er nu
nog is:
Schilderijen vol kippen met bonte kleuren
Beelden gemaakt door zijn handen
Allemaal zichtbare banden
En een erfenis
van kinderen, kleinkinderen, klein-klein
kinderen
van vrienden, collega’s en al het vele wat
nu nog onze herinnering
is