Een poëzieportret is de weergave van een persoon of beroep in de vorm van een gedicht.
In opdracht schrijft de dichter een gedicht dat net als bij foto’s of geschilderde portretten een gelijkenis heeft met de geportretteerde en een diepere laag heeft. Een diepere laag die weergeeft wie de persoon is en niet alleen hoe deze overkomt. Uiterlijk en innerlijk.
Een gedicht kan korter en krachtiger dan een verhaal zijn en combineert goed met een afbeelding. Wat deze dichter doet is in enkele korte zinnen of woorden de beschreven persoon raken op een manier waarop wordt gezegd: “Ja, dat klopt. Zo is het”.
We
hebben allemaal onze jonge oude
ik nog in ons hoofd
De
jongen, het meisje,
dat
staarde, verlangde
hoopte,
wanhoopte
En
achter onze ogen
nu
nog onze wereld deelt
Wat
zichtbaar ouder wordt
is
nog altijd jong van binnen
Van
buiten getekend, grijs gerimpeld,
de wereld gewend
Kijkt
nog altijd die jongen dat
meisje mee
Kijkt
mee naar buiten
Dat
kind is nu een vriend van ons
Een
oude vriend die nooit
verrast
is door wat wij vinden
Maar
nog altijd jong genoeg om
met verbazing mee te kijken
met
wat onze ik van nu
elke
dag daar in die wereld ziet
Er zijn verschillende soorten,
waarvan op deze pagina voorbeelden worden gegeven.
Meest gebruikelijk is een
portret voor een belangrijke levensgebeurtenis zoals huwelijk of overlijden. Portretten
zijn ook mogelijk in de sfeer van het uitgeoefende beroep. Maar eigenlijk is
elke aanleiding goed, net zoals bij geschilderde portretten.
Een
voorbeeld van een beroepsgedicht:
Bij
de pensionering van een boekhandelaar
Ode aan de boekverkoper
Boeken
bestaan
en blijven bestaan
ook als ze nog niet zijn gelezen
Ze hebben gewicht
Liggen op een stapel
Dragen een beeld
Vermelden een prijs
Staan op menig lijst
Maar echt komen ze pas tot leven
nadat de boekverkoper zich heeft bewezen
Hij
selecteert, presenteert
Bestelt titels plat en geleerd
Laat de bestsellers tot zich komen
Heeft
oog voor nieuwe talenten
en
lokale bekenden
En
kom je dan in zijn zaak
Dan
ziet hij het als zijn taak
je
de boekenweg te wijzen
Waarop
één voor één
en
kast na kast alle kaften
zich
staan aan te prijzen:
Wil
jij mij lezen?
Heeft
hij alles zelf ook gelezen?
Nee,
natuurlijk niet
Maar je weet
als je hem spreekt
en
de glimlach in zijn ogen leest
dat
hij alles over jou als lezer weet
Het
is niet omdat hij boeken verkoopt
dat
hij zorgt dat lezen loont
Het is omdat hij jou
de sleutel tot je hoofd verkoopt