
De dank van een passant
Op 24 april jl. kreeg ik te horen dat ik benoemd was tot Officier in de Orde van Oranje‑Nassau. De benoeming zelf was helaas niet helemaal een verrassing. Maanden ervoor kreeg ik een signaal, dat ik daarna stevig heb weggeborgen in een lade in mijn geest, maar ik was liever volledig verrast geweest. De bijzondere rang bleef wél een verrassing – en een grote.
Mijn verstand zegt dat ik mag aannemen dat ik deze onderscheiding verdien, al was het maar omdat er altijd maanden grondig onderzoek aan voorafgaat. Mijn gevoel zegt iets anders en beweegt ergens tussen verwondering en ontkenning heen en weer. Eén ding staat vast: ik ben echt geraakt door de waardering die de afgelopen dagen uit zoveel hoeken tot mij kwam. Dat klinkt als een cliché, maar zo is het wel. Van de mensen om mij heen, van collega’s en vrienden, en van de vele mensen die via sociale media lieten weten dat ze blij voor me zijn. Mensen met wie ik door de jaren heen, soms ver terug, een stukje lief en leed heb gedeeld. Dank daarvoor!
Er zijn zoveel reacties gekomen dat het ook teveel is geworden om op te reageren, hoe graag ik dat ook wil. In deze wereld zijn we toch allemaal passanten van elkaar. Je loopt een tijdje met elkaar op en dan ga je weer je eigen weg. Door de veelheid van mijn activiteiten besef ik dat dit voor mij nog meer geldt. We lenen elkaars tijd en dat is al snel te kort. Nadenkend over hoe ik zou reageren, heb ik eerst een tekst gemaakt waarin ik schreef over wat dit voor mij betekent. Voor de jongen die ik was is het ondenkbaar dat ik nu dit lintje heb. Hoe is dat zo gekomen? Maar dan gaat het toch teveel over mij en ik ben nog lang niet begraven. Een andere vraag is: waarvoor heb ik eigenlijk dat lintje gekregen? Dat blijft een goede vraag[1], maar het antwoord wordt teveel tekst. Daarom doe ik het zo: ik vertel over waar ik nu mee bezig ben. Dat doe ik zo dat ik alle thema’s raak die bij de uitreiking aan de orde kwamen in de tekst van de burgemeester, maar dan wel in de omgekeerde volgorde. Ik begin dan bij mijn rol als dichter en eindig bij wat het meeste aan mijn werk raakt, maar ook maatschappelijk relevant blijft. Dan kan ik het korter houden – ik ben wel degelijk aan het afbouwen – maar dan weet iedereen wat ik doe wanneer we elkaar toch weer ontmoeten. Want dat laatste wil ik graag. Pas op: het blijft veel tekst. Dus alle begrip als de lezer hier stopt. Weet alleen van mijn dank voor alle waardering!
Peter Noordhoek
Wat ik nu doe
Portretdichter
Ik begin met iets waar ik regelmatig een ondertoon van verbazing over meen te horen: al die serieuze dingen doen en dan ook nog dichter zijn. Nu is de Onderscheiding in Nederland in de kern voor vrijwilligerswerk en ik denk dat ik vooral ben opgevallen door wat ik heb gedaan als Stadsdichter van Gouda en alle activiteiten daaromheen, inclusief mijn rol als dichter van dienst bij eenzame begrafenissen. Toch is die rol als dichter er al mijn hele leven geweest en is nu via de publieke kant naar voren gekomen. Recent zijn mijn vrouw Loes en ik verhuisd van Gouda naar Nunspeet en dat betekende ook een einde aan mijn Goudse dichtactiviteiten. In Nunspeet, van oudsher een kunstenaarsdorp, kreeg ik gelukkig al snel het contact met de lokale dichtersgemeenschap en draai ik mee in het nieuwe initiatief van ‘dichters op dinsdag’.
Er is nog iets anders dat ik gestart ben. Het wordt gelukkig steeds gewoner om gedichten te lezen en voor te dragen, maar veel mensen voelen zich onzeker als het om de eigen dichtkunst gaat bij levensgebeurtenissen als jubilea en begrafenissen. Dan wordt er al snel teruggevallen op bestaande poëzie. Dat is prima, maar doet niet altijd recht aan degene die centraal staat. Waarom geen gedicht op maat van de persoon voordat die levensgebeurtenis plaatsvindt? Naar aanleiding van een eerste ervaring ga ik daarom nu met ‘portretpoezie’ aan de gang. Na een gesprek wordt daarbij het gedicht als een portret gemaakt; gelaagd en herkenbaar[2]. Dat zijn gedichten die ik desgewenst ook kan voordragen. De ervaring heb ik al en deze zomer begin ik een training ‘stemacteren’ om dat op peil te houden. De stille ambitie is er om mijn boek ‘Stadsopener’ opnieuw uit te brengen als luisterboek.
Politiek
Vertrek uit Gouda betekent ook vertrek uit de plaatselijke politiek en die van Zuid-Holland, maar ik heb de draad alweer opgepakt. In Nunspeet heb ik weer geflyerd bij twee verkiezingen en laat nu mijn gezicht in Gelderland zien. Ik wil het niet kwijt. Mijn belangrijkste activiteit is echter een Europese. Ik ben actief als ‘political auditor’ voor het Wilfred Martens Centre for European Studies’. Het Martens is zowel een Brusselse think tank waar heel veel publicaties en evenementen uit voortkomen, maar het is ook een platform voor alle aan de Europese Volkspartij (EVP/EPP) verbonden nationale wetenschappelijke instituten en platformen, nu meer dan 50 partijen en partners. Het is dus echt een knooppunt in de ontmoeting van de landelijke en Europese politiek en omdat de EVP de grootste politieke ‘familie’ is in het Europese Parlement, zet het Martens ook de toon voor de andere politieke families. Inmiddels heb ik de rol van political auditor al een tijd en mag rapporteur zijn van een team van 4 mensen (GR, SP, DU, NL) dat niet alleen financieel een oordeel geeft aan het algemeen bestuur, maar ook strategisch uitspraken doet. En soms, zoals deze in mei van dit jaar, best stevig.
Meerdere ontwikkelingen komen nu in het Martens samen. De versnelling in het denken over de rol van Europa met ontwikkelingen als die in Oekraïne en in de relatie met de VS, is niet alleen merkbaar in het Martens, maar wordt ook door dat zelfde Martens mede inhoud gegeven. Alle grote thema’s komen langs. Tegelijk voel je dan ook ‘het kraken van het schip’ als het om de relatie tussen de nationale en Europese partijen gaat. Overal in Europa zie je dat politieke partijen versplinteren en kleiner worden. Er is geld voor het ontwikkelen van de ‘common projects’ maar in veel landen hebben de partijen de veel moeite om aan de criteria te voldoen en zijn tegelijk de Europese toezichthouders heel alert op misbruik. Dat gebeurt echter op ronduit bureaucratische wijze en dat verhindert weer dat er aan betere oplossingen kan worden gewerkt. En dat terwijl er vele landen op de deur van de EU kloppen om erbij te mogen komen! Omdat de afstand tussen de landen binnen Europa al te groot is, is het van wezenlijk belang dat het samenspel tussen de verschillende lagen van de Unie bewaard en verbeterd wordt en vind ik dat we daar als team heldere uitspraken over doen. Het is in aantal dagen geen grote rol, maar het voelt nu wel als een vitale rol.
Wat is een vrijwilliger?
Hier nog een enkel woord bij. Ik doe mijn werk als political auditor namens het algemeen bestuur en als ‘vrijwilliger’ met alleen een reiskostenvergoeding. Dat past dus bij de aard van de onderscheiding die ik heb gekregen en vooral bedoeld is voor vrijwilligerswerk. Maar ‘vrijwillig’ is een leeg begrip als het om niet meer gaat dan dat je er niet voor betaald wordt. Zeker in een omgeving als die van het Martens weet en vind ik dat je op het hoogste professionele niveau moet opereren, ook al word je er niet voor betaald. Tegelijk weet ik dat ik mijn betaalde werk alleen goed kan doen als ik het doe met iets van de houding van een vrijwilliger. Die is niet vrijblijvend, maar maakt wel dat je stopt op het moment dat je de betrokkenheid op het werk echt kwijtraakt. Die betrokkenheid is de essentie van zowel het vrijwilligers- als het verenigingswerk. Dat geldt ook voor het werk bij het Martens. Dat wist ik ook niet, maar de rang van Officier is mede verbonden aan het gegeven dat ik veel werk op internationaal niveau heb gedaan, waaronder vele, vele opleidingen aan de randen van Europa, inclusief Oekraïne. Het is zo dat je Lid wordt van de Orde van Oranje Nassau als je vooral lokaal actief bent geweest, je Ridder wordt als je landelijke actief bent geweest (zoals mijn vrouw) en dus Officier als je internationaal werkt. Dat laatste is vanzelf een lager aantal (dit jaar slechts 26 van de 3000+ onderscheidingen). Voor iedereen geldt dat ze het niet voor het lintje hebben gedaan, maar voor iets anders, iets groters. Al die individuele verdiensten leveren iets op dat veel meer is dan de som der delen. Snel dichtend heb ik de beoogde meerwaarde van de Onderscheiding zo proberen te beschrijven:
We willen Onderscheiden
wat samen brengt
Geloven in wat vrijwillig is
en toch verplichtend werkt
Zodat?
Zodat we weten dat iets groots
uit veel kleins kan komen
Dat is altijd teveel gevraagd
Goed dat we het blijven vragen
Verenigingen
Eigenlijk zit ik met deze tekst al midden in het verenigingswerk, want ook politieke partijen zijn verenigingen die drijven op vrijwilligersinzet en dat moet vooral ook zo blijven. De randvoorwaarde is dat dan ook de interne partijdemocratie wat voorstelt en daar heb ik teveel twijfels bij, ook in mijn eigen partij. Tegelijk moet de Nederlandse wetgever die politieke verenigingen wel koesteren. Afgelopen week kreeg ik een telefoontje over de dekking van de aansprakelijkheid van bestuurders van politieke partijen. De feitelijk enige verzekeraar voor de aansprakelijkheid van verenigingsbestuurders heeft besloten om de dekking voor politieke bestuurders te schrappen omdat ‘politieke’ activiteiten geen ‘sociale’ activiteiten zijn, of zo’n soort formulering. Volgens mij maakt Boek 2 BW echt geen onderscheid tussen politieke en andere verenigingen, dus is het onzin. Tegelijk snap ik de verzekeringsmaatschappij wel, want politiek is onmiskenbaar risicovol en daar houden verzekeraars niet van. Maar wie kiest er nog voor het politieke ambt als dit de aansprakelijkheidssituatie wordt? Tijd dus voor zowel overheid als bedrijven, in dit geval de verzekeraar(s), om de rol breder op te pakken en op een wat hoger niveau te bezien. Op z’n ouderwets Nederlands: spreid de risico’s door de kosten te delen.
Die te beperkte blik is ook waar ik nog te vaak tegen aanloop in het bredere verenigingswerk. Ik blijf het een fenomeen vinden dat we met zo’n 250.000 verenigingen in Nederland alleen al, zo slecht zien wat het potentieel is van al die verenigingen. Het is een enorme motor voor veranderingen en een tegenwicht tegen de doorgeslagen individualisering in de samenleving. Begin juli mag ik een verhaal houden voor ACUNS, de ‘Academic Council’ waarbinnen mensen nadenken over de rol van de Verenigde Naties. De VN heeft het zwaar, om het zacht uit te drukken. Onder meer de VS betaalt domweg de rekening niet meer. Pure wanprestatie, maar alles kan nu bij de Amerikanen. Tegelijk is de VN domweg niet meer in staat haar ‘soft power’ effectief te gebruiken, zeker nu diezelfde Amerikanen hun US AID hebben afgekapt (en hun eigen invloed weer zo dom hebben afgesneden). Tegelijk zou ik niet willen dat VN of VS weer na Trump teruggaan naar hun oude ineffectieve gewoonten. Daarom denk ik dat we de ‘civil society’ weer van de grond af moeten opbouwen daarvoor is het nodig het potentieel van verenigingen bete te benutten. Zal mijn verhaal veel uitmaken op die conferentie? De kans is uiterst miniem, maar ik vind het wel leuk om voor de troepen uit te lopen en ondertussen is het ook waar dat het heel fijn is om met mensen van heel veel verschillende nationaliteiten te kunnen spreken, waaronder mijn goede vrienden Raymond Saner en Lichia Yui.
Kwaliteit
Mijn betrokkenheid op verenigingen bouwt voort op mijn denken over alle vormen van kwaliteitszorg. Het is er mee verweven. Mijn bedrijf Northedge is ooit tot stand gekomen omdat eind tachtiger jaren Europa de concurrentie met Japan verloor en Nederlandse bedrijven in reactie daarop hun kwaliteit wilden verbeteren. Prima en interessant, maar moet dan ook de overheid haar organisatie en dienstverlening niet verbeteren? Die vraag heb ik als een van de allereerste opgepakt, wat weer geleid heeft tot mijn eigen bedrijf, Northedge en een eindeloze reeks activiteiten. Na een jaar of tien zag ik daar de schaduwkant van ontstaan: er werd aan kwaliteit gewerkt voor de vorm en niet omdat men het echt nodig vond. Mijn bondgenoten waren degenen die wel de visie hadden om zaken te veranderen, maar binnen de eeuwige beperkingen van budgetten, capaciteit en kabinetswisselingen ging toch veel energie verloren. Gelukkig was dat ook het moment dat deze vis het water ontdekte: het zijn de beroepsverenigingen waarin de discussies plaatsvinden, ambities worden geformuleerd en, hoe moeizaam soms, ook aan ‘kwaliteit wordt gewerkt. Wat volgde zijn activiteiten in vele sectoren waarin steeds de vereniging de sleutelrol had. Wat ook volgde waren momenten van studie aan mijn kant, uiteindelijk leidend tot een boek, een promotie en een ‘nationaal verenigingsonderzoek’ en vooral de ontmoeting met een aantal verenigingsdirecteuren en doeners die de visie deelden. In 2015 werd dat de start voor De Nederlandse Associatie, DNA, de vereniging van verenigingen en hun professionals.
Het werd ook de start voor het Instituut voor Vereniging, Branche en Beroep (IVBB), dat verenigingen ging ondersteunen met digitale platforms bij de komst van nieuwe wetgeving. Alle verenigingen hebben ruwweg met dezelfde wetgeving bezig, maar de meeste verenigingen blijven in hun verticale kolommetje zitten zien niet dat hun collega’s in andere sectoren eigenlijk met precies hetzelfde te maken hebben. Dat gingen wij voor ze oplossen. Eén van de uitkomsten ervan is dat ik nu verbonden mag zijn als secretaris-directeur aan NIS2 Supply Chain, een private norm voor alle leden van verenigingen – meest MKB’ers- die te maken krijgen met cyberincidenten en dat zijn er tienduizenden. Ik pas dus mijn kwaliteitskennis toe op een concreet probleem en dat is bijzonder boeiend werk. Als schemabeheerder ben ik deze dagen bezig met het opnieuw bekijken van alle regelgeving die de ‘supply chain’ (toeleveringsketen) kunnen raken en dat zijn er vele. Omdat Nederland een exportland is, doe we dat zo dat we gelijk ook klaar zijn voor Europa en leggen we nu de contacten met de collega’s bij verenigingen in over onze grenzen. Daarmee mag ik dus in de cockpit zitten van de ontwikkelingen op het gebied van cyberbeveiliging en steeds meer op het gebied van AI. Het houdt me jong zullen we maar zeggen, al betekent het wel dat ik zo’n beetjes dagelijks de grenzen van mijn kennis moet verleggen. En mijn droom blijft dat hier de verenigingen niet alleen aan meedoen, maar voorop lopen in de strijd. en geniet ik van de contacten met mijn collega’s, ook al zijn we over het land verspreid en doen we wel heel veel digitaal. Het werkt wel en ik voel mij er nog zo betrokken als een vrijwilliger bij.
Thuis|
De basis voor alles is huis en thuis. We zijn verhuisd en hebben een jaar in de verbouwing gezet. Nu wonen Loes en ik prachtig in Nunspeet, gaat de inburgering prima en kunnen we weer ontvangen. Tegelijkertijd is het best een pittige periode geweest. Ik word 69 in juni, Loes is net 66 geworden en we hebben nog een mooie periode voor de boeg, maar het moet zich ook nog allemaal wat zetten. En midden in deze periode krijg je dan een Onderscheiding als deze. Het doet je nadenken, waarbij de onhandige jonge Peter van vroeger, die overal onvoldoendes voor kreeg, zich nu opeens boven op een berg geplaatst voelt en samen met de oudere man van nu best wat hoogtevrees krijgt. Inderdaad: zo’n onderscheiding voelt als niet verdiend. Maar dan bedenk ik ook dat mijn vader toen hij zijn Onderscheiding kreeg die ook verstopte en volstrekt weg relativeerde en dat ik dat niet terecht vond. En toen ik in de Coronatijd Stadsdichter was, en zodra het weer kon een hele groep lintjesdragers achteraf alsnog mocht toedichten op een bijeenkomst van de gemeente Gouda, ik de kans pakte om met zijn voorbeeld voor ogen, beide gevoelens van trots en bescheidenheid er in te leggen en met overtuiging voor te dragen. Daarom doe ik het nu even voor mijzelf. Luisteren, Noordhoek!
Het heeft de Koning behaagd …
zegt de burgemeester
aan de deur, over de telefoon
of op een toneel
En dan bent u geridderd
gelinkt en geliked
en wordt u nog tijden geëerd
en van harte gefeliciteerd
Geloof nou dat het verdiend is
Dat u dit niet zelf hebt gedaan
En dat het u is overkomen
door personen – fans – die dat met alle
liefde voor u hebben gedaan
Soms gaat het gelinten maar langzaam dagen
Waarom moet die Koning mij zo nodig behagen?
Maar die mensen achter het lintje menen het wel
en speelden een klein spel
om u niet te kijk, maar juist
in het zonnetje te zetten
Want je zou maar zoveel jaren
die extra stappen zetten
die extra uren maken
die dingen doen die voor u misschien wel logisch zijn
maar dat voor zoveel anderen niet zijn
Er zijn wat rode draden:
de kerk, het koor, de sport
Het doen, dienen en zelf niet gezien hoeven worden
Net zoals de rode draad van het gunnen
en gegund te worden
Misschien deed u veel dingen wel alleen
maar u deed het niet voor u alleen
en daarom zegt ook deze dichter
die van u heeft geleerd:
Van harte gefeliciteerd!!
Achter het lintje
Natuurlijk ben ik mij ervan bewust dat mijn Onderscheiding er niet zomaar is gekomen. Daarom neem is deze plek toch ook wel de plek om daar aandacht aan te besteden.
Uit heel vele namen noem ik hier Hans Luijten. Ik weet dat dit een grote klus is geweest. Het bijzondere is dat ik nu weet dat er ook nog een ander initiatief speelde. En dat Loes het complot volop heeft ondersteund.
Het kan niet anders of het idee om voor mij een lintje aan te vragen is geboren toen we nog in de gemeente Gouda woonden en misschien kunnen ze de eer wat delen met de gemeente Nunspeet. Burgemeester Celine Blom en ambtelijke staf; dank voor jullie werk. Het levert mij een perfecte inburgeringscursus op. En zo kan ik doorgaan, maar dat doe ik niet, behalve dan door tot slot iedereen te bedanken die op het bericht over mijn benoeming heeft gereageerd. Jullie maken van mij een heel rijk mens. En nu weer aan het werk.
[1] Wie het toch meer over wil weten, kan terecht op de site van de gemeente Nunspeet of kan het activiteitenoverzicht op mijn websites raadplegen. www.northedge.nl/activiteitenoverzicht of www.peternoordhoek.nl/
[2] En zoals dat werkt: hier is meer informatie te vinden: www.peternoordhoek.nl/poezieportret.