Een poëzieportret is de weergave van een persoon of beroep in de vorm van een gedicht.
In opdracht schrijft de dichter een gedicht dat net als bij foto’s of geschilderde portretten een gelijkenis heeft met de geportretteerde en een diepere laag heeft. Een diepere laag die weergeeft wie de persoon is en niet alleen hoe deze overkomt. Uiterlijk en innerlijk.
Een gedicht kan korter en krachtiger dan een verhaal zijn en combineert goed met een afbeelding. Wat deze dichter doet is in enkele korte zinnen of woorden de beschreven persoon raken op een manier waarop wordt gezegd: “Ja, dat klopt. Zo is het”.
Dit label klikt door naar Q&A pagina ('s)
We
hebben allemaal onze jonge oude
ik nog in ons hoofd
De
jongen, het meisje,
dat
staarde, verlangde
hoopte,
wanhoopte
En
achter onze ogen
nu
nog onze wereld deelt
Wat
zichtbaar ouder wordt
is
nog altijd jong van binnen
Van
buiten getekend, grijs gerimpeld,
de wereld gewend
Kijkt
nog altijd die jongen dat
meisje mee
Kijkt
mee naar buiten
Dat
kind is nu een vriend van ons
Een
oude vriend die nooit
verrast
is door wat wij vinden
Maar
nog altijd jong genoeg om
met verbazing mee te kijken
met
wat onze ik van nu
elke
dag daar in die wereld ziet
Elk beroep heeft iets dat bijzonder is. Bij een promotie of afscheid is er altijd het verlangen dat te (laten) verwoorden. De dichter Peter Noordhoek heeft dat al gedaan voor bijvoorbeeld een bakker, een verzekeraar, een boekverkoper, een kunstenaar en bijvoorbeeld voor een wethouder.
Een
voorbeeld van een beroepsgedicht:
Bij
de pensionering van een boekhandelaar
Ode aan de boekverkoper
Boeken
bestaan
en blijven bestaan
ook als ze nog niet zijn gelezen
Ze hebben gewicht
Liggen op een stapel
Dragen een beeld
Vermelden een prijs
Staan op menig lijst
Maar echt komen ze pas tot leven
nadat de boekverkoper zich heeft bewezen
Hij
selecteert, presenteert
Bestelt titels plat en geleerd
Laat de bestsellers tot zich komen
Heeft
oog voor nieuwe talenten
en
lokale bekenden
En
kom je dan in zijn zaak
Dan
ziet hij het als zijn taak
je
de boekenweg te wijzen
Waarop
één voor één
en
kast na kast alle kaften
zich
staan aan te prijzen:
Wil
jij mij lezen?
Heeft
hij alles zelf ook gelezen?
Nee,
natuurlijk niet
Maar je weet
als je hem spreekt
en
de glimlach in zijn ogen leest
dat
hij alles over jou als lezer weet
Het
is niet omdat hij boeken verkoopt
dat
hij zorgt dat lezen loont
Het is omdat hij jou
de sleutel tot je hoofd verkoopt
4 gedichten die een klein beeld geven van hoe gedichten kunnen spreken bij het overlijden. In de praktijk staat het gedicht in het teken van de overledene.
Een gedicht om de moeder weer terug te vinden uit de dementie
Uit het geheugen
Het is in
een bos waarin tak van
boom, blad van kroon weggetrokken
is en mist haar struikeldraden legt,
dat ik losse bladeren wegveeg
van de grond waarover ze liep
- als maar heen en weer,
heen en dan weer weer -
en ik toch weer blauw en groene
kleuren zie, knipsels
uit een van de jurken
waarin ze vroeger
gebruind de zomer vierde
En het is
als de takken van die kale bomen
tegen mijn ogen slaan, dat ik aan een
hogere tak haar hanger weer zie hangen:
een gouden wereldbol met daarin
klein en zwart-wit onze kinderfoto's
en dat ik dan omhoog reik
en die hanger weer zo lang in mijn hoofd
zal laten hangen als mijn eigen
takken mij kunnen dragen
Als ik mij
dan verbeeld dat bedruppelde
spinnenwebben weer tennisrackets worden,
natte takken tentstokken zijn
en een laatste struik een Volkswagen kever
wordt, vol door haar gereden tieners
op weg naar strandverhalen
Ja dan zie ik haar weer:
zo sportief, elegant, zo zonnig zeker
En als dan
tot slot de klamme mist
waarin ze liep en dwaalde
optrekt om een huis te tonen
bij kreek en kerk waar
zij een gezin, een drukke praktijk
en een soort zoete inval runde
wordt het weer warm, breekt
haar leven door op
al die momenten dat ze er was
voor hem, voor ons en allen
Dan zie ik
haar zoals ze gaat
In de zon van mijn geheugen
Partner, moeder, regelaar
Vriendin en vriendenverzamelaar
En net als bij ons allen
met meer kleuren
dan zich in kale takken vangen laat